Contract voortijdig opgezegd, wie zal dat betalen?

Geplaatst op:30 april 2018

Een piloot heeft een trainings-arbeidsovereenkomst getekend. Hierin staat dat hij na afloop van zijn training voor de duur van een jaar in dienst komt van een luchtvaartmaatschappij. Hij zegt de arbeidsovereenkomst na iets meer dan een half jaar op. Is hij schadeplichtig wegens onregelmatige opzegging?

Zijn werkgever wil geld zien. In de arbeidsovereenkomst is geen mogelijkheid opgenomen om tussentijds op te zeggen. Nu de werknemer toch eerder vertrekt, is er dus sprake van onregelmatige opzegging. De werkgever doet een rekensom en komt uit op een bedrag van € 8100,00 te vermeerderen met de wettelijke rente.

Optelsom werknemer

De werknemer komt tot een heel andere optelsom. De werkgever heeft zelf onduidelijkheid gecreëerd over de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst en dus óók over de einddatum. Niet hij, maar de werkgever is geld schuldig en wel: € 6.495,68 bruto aan achterstallig loon, € 525,00 netto aan daggeldvergoedingen, € 4.369,55 bruto ter zake van de achterstallige eindafrekening (€ 1.200,00 bruto aan opgebouwd vakantiegeld, € 1.713,00 bruto aan opgebouwde, niet genoten vakantiedagen en € 1.456,55 bruto aan wettelijke verhoging), en € 2.412,50, te vermeerderen met BTW, voor de noodzakelijkerwijs gemaakte kosten voor juridische bijstand.

Tweede overeenkomst

De wijze waarop de werkgever de piloot heeft aangenomen, verdient niet de schoonheidsprijs. Op 1 september 2016 stuurt de luchtvaartmaatschappij de piloot een ‘trainings- arbeidsovereenkomst bepaalde tijd’. Hierin staat dat de piloot pas na de trainingsperiode betaald krijgt. De trainingsovereenkomst zal overgaan in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, één jaar, op het moment dat de line training start, zo staat er.

 

Enkele dagen later heeft de luchtvaartmaatschappij een aangepaste versie van de ‘trainings- arbeidsovereenkomst bepaalde tijd’ gestuurd. Hierin staat: "Op het moment dat de 'line-training' is afgerond, zal trainingsovereenkomst overgaan in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar.”

Slechtere arbeidsvoorwaarden

Dat zijn dus aanmerkelijk slechtere arbeidsvoorwaarden. De werknemer zegt dat hij zich onder druk gezet voelt om te tekenen. Hij was al begonnen aan de opleiding, waarvoor hij twintigduizend euro had neergeteld. Het was bovendien niet makkelijk geweest om een baan te vinden. Hij vindt echter dat de overeenkomst onvoldoende duidelijk maakt wanneer de arbeidsovereenkomst begint én eindigt. Alleen de werkgever kan bepalen wanneer de piloot zijn line-training met goed gevolg heeft afgerond.

 

De werknemer vindt dat de arbeidsovereenkomst is ingegaan op 17 januari 2017. Vanaf die datum zet de luchtvaartmaatschappij hem feitelijk en productief werd in als First Officer.

 

De werkgever vindt dat de arbeidsovereenkomst is ingegaan op 9 maart 2017. Dat is de dag dat de werknemer de line-training succesvol heeft afgerond.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter vindt dat er geen onduidelijkheid bestaat over de begin- en einddatum van de arbeidsovereenkomst. In de overeenkomst staat immers dat de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor de duur van één jaar na afronding van de line-training. Dat de piloot al eerder productief werd ingezet, maakt niet dat de arbeidsovereenkomst ook eerder is ingegaan.

 

Dat de piloot eerder zijn ontslag indient, is dus inderdaad onregelmatige opzegging.

Goed werkgeverschap

Dat betekent niet dat de werkgever niets te verwijten valt, oordeelt de kantonrechter. Op basis van goed werkgeverschap kan de luchtvaartmaatschappij waar het gaat om de gefixeerde vergoeding niet vasthouden aan de einddatum van 9 maart 2018. De werkgever heeft de werknemer voor het blok gezet door hem, toen de training al was begonnen, een tweede overeenkomst met slechtere arbeidsvoorwaarden toe te sturen. De werknemer heeft daar direct nadeel van ondervonden: hij kreeg immers geen salaris voor de periode dat hij als onderdeel van zijn line-training vloog als co-piloot. Onder de voorwaarden van de eerste overeenkomst zou hij daar wel recht op hebben gehad.

Nieuwe optelsom

De kantonrechter gaat bij het vaststellen van de vergoeding uit van de begindatum uit de eerste overeenkomst, zijnde 17 januari 2017. De verschuldigde vergoeding wegens onregelmatige opzegging komt dan uit op € 4.093,55 bruto.

 

De werkgever erkent dat de werknemer nog recht heeft op 1200 euro vakantiegeld en vraagt de kantonrechter dit te verrekenen met de gefixeerde schadevergoeding. De werknemer moet zijn voormalig werkgever daarom € 2.893,55 bruto betalen, vermeerderd met de wettelijke rente.

 

De werknemer heeft echter zelf ook nog een claim op zijn werkgever, te weten voor niet genoten vakantiedagen. De kantonrechter kent deze claim toe, waardoor de werkgever de werknemer nog € 1.713,00 bruto schuldig is, met een wettelijke verhoging van 10 procent. Ook hierover is de wettelijke rente van toepassing.

 

Iedere partij moet zijn eigen proceskosten betalen.

Bron: pwnet.nl

Elke werkdag bereikbaar
Stel uw vraag

E-mail specifieke vragen
info@Schravenmade.nl
Bel ons voor al uw vragen: 
0346-55 47 03

Contactinformatie

Bisonspoor 1218
3605 KZ Maarssen
Tel: 0346-55 47 03
Fax: 0346-56 07 64
Info@Schravenmade.nl

Schrijf u in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief

advocaat utrecht high trust
envelopephone-handset
Share This
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram